Hoewel de gietijzeren warmteverdeler veel voordelen biedt, zijn er ook duidelijke nadelen die je in overweging moet nemen. Ten eerste is het gewicht: gietijzer is zwaar en dat maakt de plaat onhandig om vaak op en af het fornuis te tillen, vooral als je krappe opbergruimte hebt of oudere/reizende gebruikers bent. Het optreden van zwaar materiaal vergroot ook het risico op beschadiging van andere keukenoppervlakken of pannen als je niet voorzichtig bent bij plaatsen of weghalen.
Een tweede aandachtspunt is het opwarmen. Gietijzer warmt traag op; voordat je de gewenste gelijkmatige temperatuur bereikt, kan het iets langer duren dan bij dunnere metalen diffusers. Voor snel koken of plotselinge temperatuurveranderingen is deze warmteverdeler daardoor minder geschikt. Bovendien vereist gietijzer onderhoud: niet goed drogen of bewaren kan roest veroorzaken, wat extra zorg en periodiek invetten vraagt.
Ten slotte is de platenpraktisch niet universeel: op elektrische glas- of inductiekookplaten is het gebruik vaak af te raden vanwege krassen of inefficiënte warmteoverdracht. Ook kan, afhankelijk van de diameter, de plaat niet goed centreren op kleinere pitten, waardoor je alsnog ongelijkmatige verwarming krijgt als de pan niet correct geplaatst is. Deze beperkingen maken het product minder geschikt voor wie snelle, weinig onderhoud vereisende oplossingen zoekt of voor kookplaten zonder open vlam.